NL FR EN

De aanval

Hoe schakel je het sterkste fort van Europa uit? Een traditionele grondaanval met artillerie en infanterie kostte veel tijd, materiaal en manschappen, terwijl de Duitse legerleiding net een snelle doorbraak wilde forceren. Een gedurfd plan werd ontwikkeld. Men slaagde erin grote transportzweefvliegtuigen te maken. Op 10 mei 1940 zetten deze toestellen, in het schemerdonker, een elite-eenheid neer op het bovenplateau van het fort. Een officiële oorlogsverklaring was er niet. Razendsnel gebruikten de Duitsers nieuwe explosieven – de zgn. "holle ladingen" – om de Belgische kanonnen buiten gevecht te stellen. Dat lukte: in ongeveer een kwartier tijd werden de meeste Belgische artilleriebunkers uitgeschakeld. Aan drie bruggen over het Albertkanaal, even ten noorden van het fort, landden eveneens zweefvliegtuigen. Twee belangrijke bruggen werden ingenomen. Tegenaanvallen mochten niet baten. Het garnizoen gaf zich over na 31 uren strijd. De trieste balans van de korte, maar hevige strijd: ca. 650 doden in en om Eben-Emael, 10% van het totaal in mei 1940. Het Duitse succes in Eben-Emael was er één op verschillende vlakken. Niet alleen betekende het de doorbraak van de Albertkanaalstelling; het gaf de Belgen en de Geallieerden een psychologische opdoffer en de Duitsers een enorme steun: het sterkste fort van Europa werd in een mum van tijd uitgeschakeld. Bovendien had de doorbraak een breder, strategisch effect. Zoals voorzien zoog het de Franse en Britse troepen naar het Belgische binnenland en werd de weg vrijgemaakt voor de Duitse aanval door de Ardennen. Het resultaat is bekend: de Geallieerde troepen werden in België omsingeld en rond Duinkerken en Calais samengedrukt...

De Belgische en de geallieerde legerleiding verwachtten in de jaren 1930 een Duitse inval in de omgeving van Luik, een heruitgave van het Schlieffen-Moltkeplan uit 1914. In die optiek zou Eben-Emael een centrale rol in de verdediging spelen. Tot februari 1940 voorzag de Duitse legerleiding effectief een heruitgave van dit oude plan. Daarna werd een alternatief gevolgd. Fort Eben-Emael en de omgeving ervan zouden aangevallen worden om de Geallieerde troepen naar België te lokken. Het gros van de Duitse gemotoriseerde eenheden zou echter ondertussen door de Ardennen oprukken, in de buurt van Sedan de Maas oversteken en vervolgens oprukken naar de kust. Daardoor zou het merendeel van de Geallieerde troepen in België omsingeld geraken.

Om dit plan te laten slagen was een succes bij Eben-Emael noodzakelijk. Maar hoe kon het sterkste fort van Europa uitgeschakeld worden? Het Duitse 6e leger (onder commando van Reichenau) kreeg alvast de taak om, vertrekkende uit de lijn Aken-Venlo, snel de Maas over te steken en zo snel als mogelijk door de Belgische versterkingen te breken. De algemene aanvalsrichting was Tienen.

De aanvalsplannen voor fort Eben-Emael en omgeving waren door Hitler zelf bedacht. Hiervoor werden ingezet:

  • "Battaillon zur besondern Verwendung 100" van de "Abwehr"
  • "Sturmabteilung Koch" van de 7e "Flieger-Division"
  • Het infanterie regiment 151 versterkt met het gemotoriseerde "Pionier-Battaillon 51"
  • De 4e "Panzer-Division"
  • Vliegende eenheden van het "VIII Fliegerkorps"

De doelen van deze eenheden waren respectievelijk:

  • Het veroveren van de 3 Maas-bruggen in Maastricht (NL).
  • Het veroveren van de bruggen bij Veldwezelt, Vroenhoven en Kanne (ten noorden van Eben-Emael) en het uitschakelen van de vuurkracht van het fort van Eben-Emael richting het noorden.
  • Het ontzetten van de manschappen op het fort en de inname van het fort.
  • De vorming en verbreding van de bruggenhoofden bij Kanne, Vroenhoven en Veldwezelt.
  • Luchtsteun voor de grondtroepen en de manschappen op het fort/bij de bruggen.

De bruggen van Maastricht konden niet ingenomen worden door luchtlandingstroepen (parachutisten). Daarom werd het "Battaillon zur besonderen Verwendung 100" hiervoor ingezet. Hun actieplan bestond uit 3 delen:

  • Manschappen in burgerkleding waren al voor 8 mei 1940 in Maastricht of kwamen op 9 mei over de grens. In Voerendaal werden ze voorzien van fietsen en kwamen zo in Maastricht. Hun opdracht was om de ontstekingen van de springstoffen onder de bruggen in Maastricht onklaar te maken.
  • "Sonderverband Hocke" (een compagnie van motor- en wielrijders) kwam in de nacht van 9 op 10 mei de grens over verkleed als de Nederlandse Marechaussee. Zij moesten eventueel de taak overnemen voor het onklaar maken van de ontstekingen onder de bruggen. Daarna moesten ze wachten op een gemotoriseerde gepantserde eenheid.
  • Een gemotoriseerde gepantserde eenheid zou in de vroege ochtend van 10 mei de grens overgaan en richting Maastricht oprukken om de bruggen van Maastricht te bezetten. Daar zouden ze moeten wachten op de "4e Panzerdivision".

Aan drie bruggen over het Albertkanaal en op het fort van Eben-Emael zouden wel luchtlandingtroepen ingezet worden. Die moesten vervoerd worden door middel van zweefvliegtuigen, die tot dan voornamelijk gebruik waren voor sportdoeleinden en voor weerobservaties. Duitse ingenieurs slaagden er in een grote transportversie van zo'n zweefvliegtuig te maken: de DFS 230. Deze kon een lading van 1150 kg. vervoeren, goed voor zo'n 8 à 9 parachutisten met hun bewapening. Zweefvliegtuigen boden ten opzichte van een reguliere aanval met parachutisten het voordeel dat de aanval bij verrassing zou kunnen verlopen (de motoren van de transporttoestellen die bij een parachutistenaanval nodig waren zouden de verdedigers kunnen alarmeren). Bovendien zouden de parachutisten dankzij de zweefvliegtuigen in groepjes neerkomen, zodat onmiddellijk met een aanval gestart kon worden. De zweefvliegtuigen konden eveneens het materiaal voor de parachutisten geconcentreerd vervoeren.

Onder leiding van Walter Koch werden zo vier groepen van zweefvliegtuigen gevormd binnen de Sturmabteilung Koch, telkens één voor de drie bruggen over het Albertkanaal en één groep specifiek voor het fort van Eben-Emael (onder leiding van luitenant Rudolf Witzig):

  • Groep GRANIT: (doel: fort Eben-Emael): 11 zweefvliegtuigen - 86 pioniers
  • Groep EISEN: (doel: brug Kanne): 10 zweefvliegtuigen.
  • Groep BETON: (doel: brug Vroenhoven): 11 zweefvliegtuigen.
  • Groep STAHL: (doel: brug Veldwezelt): 10 zweefvliegtuigen.

Na oefeningen met zweefvliegtuigen in Hildesheim, ging men oefenen op de Tsjechische verdedigingslinie in Sudetenland en in Polen. Verder werd gebruik gemaakt van een glasmodel van het fort dat duidelijk de terreinelevatie weergaf. Later werd er geoefend op een terrein bij Stolberg dat overeenkomsten vertoonde met Eben-Emael. Informatie over het fort werden voornamelijk gedestilleerd uit luchtfoto's.

Zij oefenden met zware stenen als vervanging van de hollading zodat andere troepen dachten dat zij gestraften waren. . De individuele opleiding was perfect: ze konden met alle vreemde wapens omgaan, wisten hoe de "service publique" werkten, konden een Belgische tram besturen etc etc. De piloten van de zweefvliegtuigen – waarvan verschillende in het interbellum hadden deelgenomen aan het sportzweefvliegen en daarbij kampioenschappen hadden gewonnen - moesten een pioniersopleiding volgen. Om het verrassingeffect te borgen was geheimhouding uiterst belangrijk. De naam van het fort bleef zelfs geheim voor de Fallschirmjäger tot het moment van inname op 11 mei 1940. De manschappen leefden als gevangenen vanaf 1 november 1939 tot 10 mei 1940: geen post, geen contact met andere Duitse eenheden, alle herkenningstekens op de uniformen waren verwijderd etc.

De bewapening van de Duitse Fallschirmjäger bestond uit machinegewerpen, pistolen, karabijnen, vlammenwerpers, speciale handgranaten (zgn. eierhandgranaten), opvouwbare ladders, lichtsignalen en vooral holle ladingen, een nieuw type explosieven waarvan de zwaarste 50 kg woog.

De hollading bestond uit een halve bol met in het midden een holte. De 50 kg hollading bestond uit twee delen vanwege de praktisch toepasbaarheid in het veld. Elk deel bevatte TNT als springstof. Het onderste deel had de holte.

Het principe van de hollading ligt in de geometrie van het springtuig. Als de hollading ontploft zal een deel van de explosiekrachten samenkomen in het middelpunt van de bol in de holte. Hiermee werden de explosiekrachten geconcentreerd op 1 punt. In de praktijk kon dit wapen dankzij zijn geometrie en de holte door 25 cm staal heen slaan of door 35 cm beton.

Absolute voorwaarden was wel dat het wapen zonder beschadigingen op het object werd geplaatst dat vernietigd moest worden. De kleinste deuk of beschadiging zou de kracht van het wapen aanzienlijk reduceren.

Bewapening groep Granit:

Explosieven:

  • 28 holle ladingen van 50 kg.
  • 28 holle ladingen van 12.5 kg.
  • 83 ladingen van 3 kg. 98 ladingen van 1 kg.
  • 2 snelle ladingen van 27kg.
  • 8 kisten van springstof van 25 kg.
  • 33 buis-springladingen van 1.5 kg.

TOTAAL: 2.401 kg.

Persoonlijke bewapening:

  • 6 mitrailleurs,
  • 18 pistool-mitrailleurs,
  • 54 geweren,
  • 85 pistolen

TOTAAL: 30.000 patronen

Opdracht:

  • Uitschakeling van de luchtafweer boven op het fort
  • Uitschakeling van de kanonnen die naar het noorden (de drie bruggen over het Albertkanaal en over de Maas) konden vuren.
  • Vernieling van de observatiekoepels op het bovenplateau.
  • Verstevigen van de gewonnen posities.
  • Uitschakelen van secundaire doelwitten.
  • Het behouden van de posities tot de aflossing door de grondtroepen.

De landing van de zwevers zou in de ochtendschemering moeten plaats vinden waardoor de dag en het tijdstip van de grensoverschrijding op vrijdag 10 mei 1940 04:30 uur (04:30 uur Belgische tijd = 05:30 uur Duitse tijd) werd gesteld voor de grondtroepen. Het optrekken van de zweefvliegtuigen door transporttoestellen zou vanaf twee vliegvelden rond Keulen plaats vinden: Ostheim en Butzweilerhof. Zoeklichten zouden de nachtelijke vliegroute vanaf Keulen tot Aken verlichten. Op dit traject (lengte 72 km) zouden de zweefvliegtuigen worden opgetrokken met een snelheid van 140km/uur tot een hoogte van 2500 meter binnen 32 minuten. Bij Aken zouden de zweefvliegtuigen ontkoppeld worden van de Junkers 52-transporttoestellen en op eigen kracht in alle stilte op hun doelen af moeten gaan. De afstand van Aken tot de doelen was ongeveer nog 30 km en met een gemiddelde snelheid van 124 km/uur zouden de doelen binnen 12-15 minuten bereikt moeten zijn.

De verrassing was compleet: De bruggen van Veldwezelt en Vroenhoven waren onbeschadigd ingenomen door de "Fallschirmjäger" van "Stahl" en "Beton". De brug van Kanne is op bevel van het Fort van Eben-Emael op tijd de lucht in gesprongen. De manschappen van "Eisen" hebben hevig gevochten met de Belgische Grenadiers die posities en loopgraven hadden bij de brug van Kanne.

Van de 11 zweefvliegtuigen, bestemd voor het fort zelf, zijn in eerste instantie slechts 9 aan gekomen. Het zweefvliegtuig met de commandant van de groep Granit is vlak achter Köln moeten landen door kabelbreuk vanwege een sterke uitwijk manoeuvre om een botsing in de lucht te vermijden. Luitenant Witzig heeft een nieuwe Junker-52 kunnen regelen met wielen voor het zweefvliegtuig en is vlak bij de Rijn weer opnieuw opgetrokken om rond 06:30 uur op het Fort van Eben-Emael te landen.

Het andere zweefvliegtuig is te vroeg ontkoppeld van de Junker-52 en is vlak bij Düren (D) geland. De manschappen van dit zweefvliegtuig zijn met de Duitse grondtroepen opgerukt tot aan de grens en hebben vervolgens hun weg gevochten naar Eben-Emael.

De groep "Granit" heeft onmiddellijk de luchtafweer (machinegeweren) uitgeschakeld en binnen 10 minuten waren de volgende gevechtsopstellingen, waarvan de kanonnen konden vuren in de richting van de bruggen of die schadelijk zouden zijn voor de eigen posities op het fort, ingenomen of geneutraliseerd:

  • Kazemat Maastricht 1 (ingenomen)
  • Kazemat Maastricht 2 (ingenomen)
  • Machinegeweerbunker MiS (ingenomen)
  • Machinegeweer bunker MiN (ingenomen)
  • Koepel Noord (uitgeschakeld)
  • Koepel Zuid (aangevallen maar niet uitgeschakeld)
  • Bloc IV (alleen de waarnemer uitgeschakeld)

In de ochtend hebben de Belgische manschappen (artilleristen!!) van het fort verschillende tegenaanvallen uitgevoerd, maar door gebrek aan automatische wapens, training en het nadelige terrein (de Duitsers zaten boven op het fort stevig ingegraven) waren deze gedoemd te mislukken. Daarnaast kwam de Duitse luchtmacht om de zoveel tijd de helling bombarderen om de tegenaanvallen te neutraliseren. Later op de dag hebben de forten van Pontisse (1000 granaten van 105 mm) en Barchon (40 granaten van 150 mm) artilleriebeschietingen uitgevoerd op het dak van het fort van Eben-Emael. De Fallschirmjäger hebben daarop beschutting gezocht in de veroverde kazematten en bunkers. Andere tegenaanvallen van ter hulp geroepen Belgische infanterie-eenheden mislukten eveneens.

In de tijdspanne tussen de aanval en de overgave van het fort hebben de Fallschirmjäger onder aan de voet van de trappenhuizen van kazemat Maastricht 1 en machinegeweerbunker Noord holladingen geplaatst om te voorkomen dat er eventuele tegenaanvallen vanuit het fort zouden plaats vinden. Ook het trappenhuis van de machinegeweerbunker Zuid is gedeeltelijk vernietigd door het laten springen van de toegangsdeur (galerijniveau).

Ondertussen waren ook secundaire doelen door de Duitse parachutisten uitgeschakeld. Kort voor de middag van 11 mei waren nog slechts twee artilleriebunkers actief: de kazemat Visé 2 (met vuurwerking naar het zuiden) en Koepel Zuid. Ondertussen was ook één van de defensiebunkers uitgeschakeld en waren de observatieposten van twee andere verdedigingsbunkers vernield of versperd geraakt, zodat het richten van het verdedigingsvuur er onder ging leiden. De defensieve gordel van het fort was zo doorbroken. Duitse grondtroepen slaagden er in de nacht van 10 op 11 mei 1940 over het Albertkanaal te raken en het hele fort in te sluiten.

Het fort heeft zich omstreeks het middaguur op zaterdag 11 mei 1940 overgegeven omdat de toestand kritiek geworden was. Vele bunkers waren uitgeschakeld, het fort was inmiddels volledig omsingeld door Duitse grondtroepen en het garnizoen was danig onder de indruk van de indrukwekkende impact van de nieuwe Duitse explosieven, die een vernietigend effect hadden en velen hadden gedood of zwaar verwond. Het zorgde voor een kletterende Duitse overwinning die uitgebreid verwerkt werd in de Duitse oorlogspropaganda.


Openingstijden
Groepen

Nagenoeg dagelijks, mits voorafgaande reservering. Meer informatie over groepsbezoeken.


Individuele bezoekers

Deze rondleidingen zijn bedoeld voor individuele bezoekers. Voor deze rondleidingen hoeft u niet te reserveren, u kan gewoon naar het fort komen.

Vandaag: geen individueel bezoek mogelijk

Volgende mogelijkheid: zaterdag 23 september 2017, doorlopend van 10u tot 16u

Bekijk alle mogelijkheden tot individueel bezoek op de kalender.